Wie fit wil worden doet aan interval!

Vergeet je vaste rondje rond het park.

Wie fit wil worden doet aan interval!

Een beetje sporter doet aan intervaltraining. Je wordt er namelijk smerig fit van. De interval is ontdekt nadat de Tsjechische hardloper Emil Zatopek op de Spelen van Helsinki in 1952 iedereen ver achter zich liet op de 5, 10 en 42 kilometer. En sindsdien is de interval uitgegroeid tot een veelgebruikte trainingsmethode binnen diverse sportdisciplines. Wat het geheim is van de intervaltraining? Lees verder.

Geschiedenis van de interval
Zatopek hield er voor zijn tijd nogal ongebruikelijke trainingsmethodieken op na. In plaats van de klassieke lange duurloop, liep Zatopek korte afstanden gevolgd door rustmomenten. Hiermee legde hij de basis voor wat nu bekend staat als de intervaltraining, simpel gezegd een relatief gestructureerde wisseling tussen belasting en herstel.

Effect
Het idee is simpel. Tijdens het sporten verhoog je de activiteit van je spieren, die vervolgens meer voedingsstoffen en zuurstof vragen. Hoe hoger de intensiteit van je activiteit, hoe groter de behoefte. Je bent als sporter dus gebaat bij een efficiëntere (bloed)toevoer door je lichaam en meer uithoudingsvermogen, vooral tijdens intensievere fysieke prikkels. Dat is nu precies wat je bereikt door middel van intervaltraining! Als de belastingmomenten tijdens je training intensief genoeg zijn, zal het lichaam zich aanpassen om zodoende beter om te kunnen gaan met de intensiteit. Met andere woorden: je wordt fitter. Ook al voelt dit soms als een ontbering, op deze manier verbeter je je zuurstoftransport- en energiesysteem en verhoog je het uithoudingsvermogen van de werkende spieren.

Intervalvormen
De juiste balans tussen intensiteit en rust, wat zorgt voor een optimaal fysiologisch effect, verschilt per persoon. Intensiteit kun je bepalen aan de hand van gestructureerde tabellen en berekeningen vooraf, zoals bijvoorbeeld met percentages van de maximale hartslag. Bij gestructureerde trainingsmethoden wordt vaak gebruikgemaakt van vaste herstelpauzes, sets, en reps. Voorbeelden zijn looptrainingen op de atletiekbaan, bootcamp en crossfit. Geen fan van cijfers, schema’s en getallen? Kies dan voor een vrijere intervalvorm waarbij je meer traint op gevoel. Voorbeelden hiervan zijn de fartlek binnen de loopsport of trailruntrainingen in heuvelachtig terrein.

Kortom; harder, sneller, fitter? Doe je intervals!

Tekst: Nick Platje